Er was een eens vreselijke koning. Kobald was zijn naam. Hij was lelijk en boosaardig. Kobald was de koning van de trollen, maar de trollen vonden hem niet aardig. 

In het bos woonde ook een goede trol. Hij kon de toekomst voorspellen. Mensen en trollen kwamen bij hem om raad. Op een dag kwam er een mooi meisje naar het huisje van de goede trol. “Dag, ik ben prinses Adelheid. Ik wil trouwen met prins Wikke, maar mijn vader vindt hem niet dapper genoeg. Wat moet ik doen?” “Ga maar naar huis, alles komt goed”, sprak de goede trol. Niet veel later werd de goede trol weer geroepen. 

Voor zijn huis stond een trol met slecht nieuws “Kobald heeft prinses Adelheid gevangen genomen, wat moeten we doen?” “Ga prins Wikke halen en stuur hem naar het moeras van Kobald.” Toen de trol weg was, floot de goede trol een deuntje. Meteen kwam er een uil aan gevlogen en de goede trol fluisterde hem iets in zijn oor. Ondertussen ging prins Wikke op weg naar het moeras. Zou hij wel dapper genoeg zijn om Adelheid te redden…?