Er was eens een lieve koningin die graag een dochtertje wilde. Op een dag ging haar wens in vervulling. Het meisje was zo blank als sneeuw. Daarom noemde men haar Sneeuwwitje. 

Een paar jaar later overleed de lieve koningin. De koning besloot te hertrouwen. Maar deze keer was het geen lieve koningin. De nieuwe koningin was heel ijdel en stond elke dag voor de spiegel. “Spiegeltje, spiegeltje aan de wand. Wie is het schoonste van heel het land?” Dan antwoordde de spiegel: “Majesteit, gelooft u mij. De schoonste van het land zijt gij.” Sneeuwwitje groeide op tot een mooie meisje. 

Op een dag antwoordde de spiegel van de koningin dan ook: “Majesteit, u bent een schone bloem gelijk. Toch is Sneeuwwitje nu de schoonste van het rijk.” De koningin was woedend. Ze ontbood een jager. “Breng Sneeuwwitje zo diep het bos in, dat ze nooit meer terugkomt.” De jager wilde niet, maar naar de koningin moest hij wel luisteren. Diep in het bos vond Sneeuwwitje een huisje. Het was het huisje van de zeven dwergen. Toen de dwergen Sneeuwwitjes verhaal hoorden, besloten ze dat Sneeuwwitje net zo lang bij hen mocht blijven als ze wilde. 

Op een dag vertelde de spiegel aan de koningin dat Sneeuwwitje nog leefde en bij de zeven dwergen woonde. “Wat!”, raasde ze boos. Ze nam een appel en doopte deze in het gif. Ze verkleedde zich als koopvrouw en ging naar het huisje van de zeven dwergen. “Wil je niet zo’n lekkere appel, meisje?” drong de koningin verkleed als koopvrouw, aan. Sneeuwwitje nam een hapje en… Viel bewusteloos op de vloer. De koningin maakte zich snel uit de voeten. Wat zouden de dwergen nu moeten zonder Sneeuwwitje?