In de dagen dat alle mensen nog van mooie muziek hielden, regeerden er eens een koning en koningin over een klein, welvarend landje. Zij hadden drie mooie dochters. 

De hele familie was muzikaal, behalve de jongste dochter Estrella. Daarom gaven de koning en koningin de minister van Vrolijke Zaken de opdracht een muziekonderwijzer te zoeken voor hun dochter. Ze moest op zijn minst het do-re-mi-fa-sol leren en een paar danspasjes. De minister was er zeker van dat hij niemand kon vinden. Daarom besloot hij de klokkenluider in zijn plaats te sturen. Deze gaf de opdracht weer door aan de poortwachter. Er was geen eer aan te behalen. De poortwachter gaf de opdracht weer door aan een mandenmaker. Deze wilde wel een gokje wagen. 

Hij liep van deur tot deur, van dorp tot dorp. Op een goede dag bezocht de mandenmaker een kabouterdorpje waar hij de mooiste klanken hoorde. De kabouters gaven hem een gouden stemvork. Daarmee kon hij de jongste prinses betoveren. En zo geschiedde. Tijdens een feest aan het hof werd de jongste prinses betoverd. Zij kon daarna zó mooi en sierlijk dansen en zo zuiver zingen dat de tranen je over de wangen liepen. De mandenmaker werd beloond en benoemd tot minister van Vrolijke Zaken, en… Hij trouwde met Estrella.