Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak. Er was eens een kleermaker, die drie zoons had. Op een dag trokken de jongens de wijde wereld in om een vak te leren. 

Er was eens een kleermaker, die drie zoons had. Op een dag trokken de jongens de wijde wereld in om een vak te leren. De oudste wilde meubelmaker worden, de middelste molenaar en de jongste timmerman. Toen de oudste zoon drie jaar bij een leermeester had gediend, zat zijn scholing erop. Als dank kreeg de jongen een houten tafeltje. Wanneer je zei: “Tafeltje dek je”, verscheen er heerlijk eten op tafel. Op weg naar huis overnachtte de jongen in een herberg. “Ik heb helaas geen eten meer voor u”, zei de waard. “Dat geeft niet”, zei de jongen. “Tafeltje dek je.” En hup…het eten was geregeld. Toen het nacht was, wisselde de jaloerse waard het tafeltje stiekem om. Thuis wilde de hij het tafeltje laten zien. “Tafeltje dek je.” Maar er gebeurde helemaal niets. Ook voor de tweede zoon zat zijn leertijd erop. 

Als dank ontving hij van zijn leermeester een ezel. “Wanneer je zegt: “Ezeltje strek je, zal de ezel zijn staart optillen en je gouden munten schenken”, sprak de meester. Ook deze zoon logeerde in de herberg. De waard had ontdekt hoe de jongen aan goudstukken kwam. s’ Nachts wisselde hij de ezel stiekem om. De vader wist niet wat hij met zijn zoons moest. De een beweerde een betoverde tafel te hebben, de andere een betoverde ezel. Maar er gebeurde helemaal niets. Teleurgesteld schreef hij zijn jongste zoon een brief. Deze vertelde zijn leermeester wat zijn vader had geschreven. “Ik denk dat de waard jouw broers bestolen heeft. Hier, dit is mijn cadeau. Het is een zak met een knuppel erin. Zeg: Knuppel uit de zak en de knuppel zal belagers een stevig pak rammel geven. Ga nu naar huis.” De jongen ging op weg. Onderweg stopte hij bij dezelfde herberg. Zou hij met zijn cadeau de waard een lesje kunnen leren…?