In een ver land woonde eens een koning. Hij had een erg belangrijke kroon. Zolang de koning de kroon had zou alles goed gaan in het land. 

Op een dag gebeurde er iets vreselijks. De kroon was weg! “Het was de heks”, zeiden de bewakers, “zij heeft de kroon gestolen en hem naar de grot met de draak gebracht.” Moedeloos zakte de koning op zijn troon. “De grot met de draak!” Dat was een ramp. Hoe moesten ze die draak verslaan? Na een tijdje, toen het steeds slechter ging met het land, besloten ze het toch te proberen. Maar wat ze ook deden, er was geen soldaat die de draak kon verslaan. 

In het land, vlakbij de grot, woonden ook een boerenzoon en dochter. De jongen was slim en dapper. Het meisje kon prachtig zingen. Wanneer ze zong leek iedereen wel betoverd en luisterde ademloos. Zouden zij het koningrijk misschien nog kunnen redden…?