Lang geleden woonden op een prachtig kasteel eens zes koningszonen. Het waren ijdele knapen. 

Op een dag bestelden ze bij een machtige tovenaar een klok met zes ridders te paard. Iedereen die de klok zag, zou voortaan aan de prinsen denken. Wanneer de prinsen op hun trompet geblazen hadden, mocht de klok gaan lopen. Toen de klok klaar was, hadden de prinsen hun geld echter al uitgegeven aan mooie kleding, op één zak goud na. “Dan verkoop ik de klok aan iemand anders”, zei de tovenaar. En hij ging op reis op zoek naar een nieuwe koper. “Jij past ondertussen op de klok, Slimme Toon” zei de tovenaar tegen zijn knecht, “maar denk erom! Laat niemand bij de klok.” De knecht was echter een gemeen ventje. Zodra de tovenaar uit zicht was, vertrok hij naar de prinsen en zei: “Ik verkoop jullie de klok voor één zak goud.” 

De prinsen waren blij en gingen snel met de knecht mee naar de toren van de tovenaar. Ze haalden alle onderdelen op, gingen weer terug naar het paleis, waar de knecht aan het werk ging om de klok in elkaar te zetten. Wat was hij mooi! Maar… de knecht was niet alleen gemeen, hij was ook dom. En tovenaars zijn slim. Hij zou vast een straf bedenken wanneer hij de diefstal ontdekte…